Eens in de drie maanden schrijf ik voor de Stentor (voorheen de Zwolse Courant), in de rubriek binninin van de weekendbijlage. Hieronder de bijdrage van september 2008

Bijbelse Boeven

‘Heeft u wel eens wat gestolen?’, zo vragen enkele jongeren in de aanloop naar de verkiezingen aan beoogd premier Balkenende. J.P. wil niet roomser overkomen dan de Paus en houdt het op ‘wellicht onbewust ooit een gummetje of een potlood’. Een antwoord waar niks mis mee is. Maar maakt dat iedere grotere misstap tot een brevet van onvermogen voor het politieke vak? De huidige heksenjacht op de jeugdzonden van parlementariërs doet vermoeden van wel.
Laten we deze screening eens toepassen op de jeugd van Bijbelse grootheden. Jacob bijvoorbeeld die zijn broer Esau de zegen van vader Isaäc ontsteelt. Heeft aartsvader Jacob ooit spijt gehad van zijn jeugdzonde? Nee, het is veeleer zijn broer Esau die hem met het klimmen der jaren met vergeving tegemoet treedt.
Neem de grote David die zijn hormonen laat dansen en van zijn buurvrouw een weduwe maakt om haar tussen de lakens te troosten. Deze politicus, uit wiens geslacht de Messias werd en wordt verwacht, belijdt niet eerder zijn ontrouw dan dat een profeet hem de ogen opent. We eindigen met Paulus, die de beulen bijstaat als de eerste Christenen gestenigd worden. Uitgerekend hij wordt gepromoveerd tot wereldwijde apostel.
Waarom groeien juist deze mensen uit tot leiders van Staat en Kerk? Dat is omdat ze in die dagen nog niet getroffen worden door de hijgerigheid van pers en volksmassa. Gaandeweg ontmoeten ze wijze mensen, profeten, die hen een spiegel voorhouden. En wel zodanig dat ze kwetsbaarder, minder dogmatisch en met inlevingsvermogen gaan regeren.
Stel dat de huidige leiders hun - al dan niet eerlijk verworven - gum en potlood erbij pakken om alle dieven, rovers schuinsmarcheerders en moordenaars uit de bijbel te verwijderen. Wat overblijft is een flinterdun boekje, dat net zo weinig over onze ingewikkelde wereld zegt als een zoetgevooisd ingesproken natuurfilm van de Evangelische Omroep. ‘Boeven vang je met boeven’, dat weet men bij de politie allang. En zij hebben het weer van die Mensenzoon uit Israël, die zo magistraal bij Petrus gaat staan. ‘Heb je me waarlijk lief Petrus?’ ‘Ja Heer, dat weet u toch’. Ten tweeden- en ten derden male vraagt Jezus het. Dan valt het kwartje, Petrus beseft hoe bang hij was voor zijn hachje in plaats van te vertrouwen op God. Jezus laat Petrus vervolgens uitgroeien tot kerkvorst die de schapen gaat weiden en zondaars op het rechte spoor mag leiden. Wie zonder zonde is werpe de eerste steen in de Haagse hofvijver.

Ds. Theunis Veenstra,