REISVERSLAG SYRIE - LIBANON

Van 16 t/m 29 oktober is een groep van 19 predikanten uit de Protestantse Kerk op studiereis geweest in Syrië en Libanon. Deze reis werd georganiseerd door Kerkinactie.

U kunt de reis van de predikanten meemaken aan de hand van dit dagboek verslag dat door de verschillende predikanten is bijgehouden. Wij wensen u veel leesplezier toe.

N.B. Ik ben nog bezig met het toevoegen van foto's. Mocht u hieronder geen beeld aantreffen, kijk dan over enkele dagen nogmaals!

16 oktober
‘ If we have no contacts, we are dying’, zei de bisschop van Tweestromenland Matta Roham. Hij is patriarch van de Syrisch Orthodoxe Kerk in het noord oosten van het land.
Er zijn veel kerken in Libanon en Syrië: Syrisch Orthodox, Grieks Orthodox, Grieks Katholiek, Armeens Orthodox, Armeens Evangelisch, Rooms Katholiek, Maronitisch en Protestantse Kerken. Deze kerken zijn van het eerste uur. Hier kreeg de jonge kerk haar eerste vorm en structuur. Hier, in Antiochië, werden mensen van de weg van Jezus voor het eerst ‘christen’ genoemd. In de notulenboeken van deze kerken staan de concilies van Nicea en Chalcedon. Wie op bezoek komt, bevindt zich op historische grond.
De Protestantse Kerk in Nederland onderhoudt met deze kerken contact. Kerkinactie is diaconaal betrokken bij projecten in de regio.

Christenen in het Midden Oosten hebben het niet makkelijk. Regelmatig is in de kranten te lezen dat zij in aantal afnemen, niet vanwege secularisatie, maar vanwege het wegtrekken naar ‘veiliger en betere’ oorden. Deze kerken hebben zich een plaats verworven tenmidden van een grote islamitische meerderheid. Er waren tijden van grote samenwerking en vreedzaam samenleven, er waren tijden van spanningen.

Groeten,

Bert Schussler (reisleider)

17 oktober 2005
Na een wake up call om half acht begonnen we de dag met een Libanees ontbijt. Om de hoek was de theologische protestantse school(de Near East School of Theology). We werden ontvangen door Mevrouw Mary Mikhael. Na een koffie sessie legde zij het een en ander uit over de opleiding van theologische studenten. Deze komen uit zowel Syrië als Libanon, maar ook uit Afrika, Europa, de USA en Rusland. De school wordt door diverse organisaties buiten en binnen Libanon gefinancierd o.a. door Kerkinactie. De school ziet zichzelf als een brug tussen verschillende continenten en het Midden Oosten. Vooral de kennis en ervaringen in de context van een meerderheid van moslims en een minderheid christenen zijn een belangrijk onderdeel van de opleiding. Na haar maakte de heer George Sabra zijn opwachting en hij begon met het uitdelen van een overzicht van het christendom in zijn verscheidenheid en zijn geschiedenis in Libanon. Hij verduidelijkte dat schema en nam daarna ruim de tijd voor onze vragen. Uit zijn beantwoording bleek wel dat veel christenen de positie van tweederangs-burger voor henzelf en hun kinderen niet accepteren en emigreren naar het Westen, waardoor hun aantal verder terugloopt en hun positie nog moeilijker wordt. Ook de zendingsijver van de Amerikanen in navolging van de Irak-oorlog, met hun nadruk op bekering, doet de presentie van het christendom in het Midden Oosten geen goed en wordt zelfs als levensgevaarlijk gevoeld. Na zijn interessante bijdrage kregen we een lunch aangeboden, dronken we een kop koffie met de studenten. We gingen in willekeurige groepjes uiteen om Beiroet te verkennen.Tenslotte gingen de meesten onzer gezamenlijk uit eten en maakten wij, naast de wondere opwekking van ¹s morgens,ook nog de wonder der geldvermenigvuldiging mee: elke keer dat wij ons verzamelde geld voor de rekening telden, werd het meer.Wij hielden ook hiermee op en gingen naar bed.

Groeten,
Martin van der Velden en Bernard Schelhaas

18 oktober

Na een rijk ontbijt maken we kennis met het werk van de MECC (de Middle East Council of Churches). We worden ontvangen door vier leden van de staf, drie dames en een heer. Alle kerken uit het Midden-Oosten maken deel uit van deze raad, van Syrië tot Egypte, de Palestijnen tot Iran. De inleiders komen goed op dreef bij de kwestie Israël en de Palestijnen. De verschillen tussen de bij de MECC aangesloten kerken zijn aanzienlijk, maar als het over Israël gaat, is men het er samen over eens dat het Westen een dubbele moraal hanteert: de VN staat geen enkel land toe, wat het wel aan Israel toestaat: het negeren van haar resoluties en het zich niet houden aan het internationaal recht. Een ander hot item voor de kerken is de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten naar Amerika, Australië en Canada e.d. In de moslimwereld wordt dit wel betreurd, zo blijkt uit een artikel van de koning van Saudi-Arabië in de Libanese kranten; hij merkt op dat het wegtrekken van christenen tot een verschraling van de cultuur leidt. De media tonen overigens veel belangstelling voor de activiteiten van de MECC, met name op het gebied van de Dialoog met de moslims, waaronder ook samenwerking op humanitaire hulpverlening.
Een heel interessant bezoek aan Baalbek – het grootste tempelcomplex, teruggaand op de verering van Baal door de Feniciers, vervolgens Jupiter, Venus en Bacchus door de Romeinen, daarna de Byzantijnse ritus van de christenen en tenslotte de moslims.
Het klooster vergast ons tenslotte op een copieuse maaltijd. Met een vesper in het kerkje uit de 4e eeuw besluiten we deze dag.

19 oktober

In de voetsporen van Paulus in Damascus
Vandaag zijn we in en om Damascus en we gaan in omgekeerde richting van de manier hoe Paulus dit bijna 2000 jaar geleden deed. Eerst door de poort en de Rechte straat het oude centrum in.
Ook hebben we een bezoek gebracht aan het huis van Judas. Daar heeft de blinde Paulus drie dagen en drie nachten doorgebracht alvorens hem de schellen van de ogen vielen en hij door Ananias gezegend werd.Vervolgens zijn we naar de plek gereden waar van men verondersteld dat Paulus daar met blindheid werd geslagen. Dat was echt in de middle of nowhere, met werkelijk niets te beleven, zelfs de gsm werkte er niet. Snel terug naar Damascus, voor een bezoek aan de wonderschone Ommayadenmoskee. Gebouwd op een oude Romeinse tempel, daarna kerk, en vervolgens in het begin van de 7e eeuw tot moskee omgebouwd. Deed Paulus zijn werk nog alleen, vandaag hebben we twee Patriarchen ontmoet, de Griek-orthodoxe Patriarch Alexander IV en de Syrisch orthodoxe Ignatius . Zeer gastvrij zijn we ontvangen, en we hebben een prettig gesprek gehad met de eerwaarde vaders. Er blijken veel overeenkomsten tussen ons te zijn, maar ook zijn er grote verschillen. Maar, dat heeft ook iets moois.

20 oktober

Een kloosterdag
Door een lichtglooiend rotsachtig landschap rijden we langs verschillende kloosters rond de stad Saydnaja. Is dit het islamitische Syrië van ons vooringenomen Westers netvlies? Het lijkt er niet op. We zien dorpen vol kerktorens met metershoge kruisen. Christenen zijn hier op veel plaatsen in de meerderheid. De kloosterlingen vieren de eredienst in de verstilde sfeer van ikonen en eeuwenoude liturgische teksten, soms zelfs in het Aramees, de taal uit de tijd van Jezus. De monniken en nonnen zijn vaak niet met meer dan zes tot tien, maar stralen blijde vroomheid uit en authenticiteit.

Syrië bestond tot voor enkele jaren voor 13% uit christenen, inmiddels is dit tot 8% gedaald. De christenen lijden onder het gegeven dat vele geloofsgenoten uit omliggende dorpen naar het buitenland zijn vertrokken, op zoek naar een ‘beter leven’. Dit heeft echter ook zo zijn voordelen, want eenmaal gesetteld sturen de vertrokken streekbewoners veel geld naar het moederland, voor nieuwbouw van kerken en kloosters. Zo zijn we vandaag in Maalula te gast in de oudste kerk van het land, en lopen we in Cherubim tussen bouwsteigers en betonijzer naar de nieuwe kloosterkapel. Op veel plekken is er koffie. Die drinken we met melk, en de gloedvolle verhalen over heiligen en wonderbaarlijke genezingen nemen we met een korreltje zout.

Theunis Veenstra

21 oktober

Het kan niet meer geweest zijn dan een stipje in de steppe: een bus met achttien ‘geestelijken’ op weg van Damascus, in het zuidwesten van Syrië, naar Hassake, in het noordoosten. Na de bekende ‘wake-up’, deze morgen om 6.00 uur, wacht een tocht van zo’n 650 km. Vertrek van St. Christophorusklooster: 7.40 uur. Aankomst in het klooster St. Mary: 21.56 uur. Een ronduit fascinerende wereld ontrolt zich onderweg voor onze ogen. Kale, zandkleurige bergen tekenen zich ter linkerkzijde van ons af tegen een strak blauwe hemel, rechts lijkt de wereld een eindeloze vlakte. Hier en daar een tent, wat schapen, een herder. Dan weer een spoorlijn, eindigend in het niets. Na elke tien kilometer doemt een bord op met de richting van de weg: Bagdad. Ineens in de verte een steeds groter wordende donkere vlek in het geel-bruine landschap: de oase Palmyra. Ooit bevond zich hier een bloeiend handelscentrum waar kooplieden uit oost en west elkaar ontmoetten. En was het niet Zenobia die hier ten tijde van het Romeinse rijk de scepter zwaaide en zich, als een ware Cleopatra, baadde in kamelenmelk? Restanten van o.a. wegen en kruispunten, tempel en theater vertellen van een ongekende welvaart en van een harmonieus samengaan van God en mammon.

Enigszins op verhaal gekomen, dankzij een voedzame lunch in een bedoeïenentent -geserveerd door opnieuw heel vriendelijke mensen-, wordt de reis voortgezet. De weg buigt af. Het dor en droog uitziende land doet de vraag rijzen of het hier ooit wel regent. Toch komen we na enkele uren water tegen. Daar waar de de rivier Eufraat zo ongeveer op haar smalst is (200 meter) steken we haar over om aan te komen in Al Jazirah, Tweestromenland, of ook wel: Mesopotamië. Inmiddels is het donker geworden. Drie uur later dan gepland bereiken we ons reisdoel van deze dag. De aartsbisschop van de Syrisch Orthodoxe Kerk alhier, dr. Matta Roham, en de zijnen wachten ons reeds in de deur van het prachtige klooster op en heten ons van harte welkom.

22 oktober
Op kerkenpad met de aartsbisschop
Om de dag goed te gebruiken, gaan we weer vroeg uit de veren. De meerderheid neemt deel aan het ochtendgebed in de nog zeer koude kerk. Het wordt gezongen door één van de plaatselijke geestelijken en de emeritus bisschop van Jeruzalem, een kleine oude man met een fotogenieke baard. Hij is op uitnodiging van de aartsbisschop hier naartoe gekomen na zijn emeritaat. Later voegt er zich een kleine jongen bij en tenslotte de aartsbisschop zelf. Blijkbaar is het zijn voorrecht om pas aan het eind te verschijnen. Van het geheel versta ik maar twee uitdrukkingen: halleluja en kyrie eleison, maar het schept een zeer indringende sfeer.
Na het eenvoudige ontbijt gaan we onder leiding van de aartsbisschop van de Syrisch Orthodoxe Kerk in Al Jazirah, dr. Matta Roham, op pad langs scholen, kerken en bijzondere plaatsen, zoals een bedevaartsoord en de enige opgraving van een vroege kerk in deze streek. Het is een strak programma, iedereen is voor ons opgetrommeld. Onze eigenlijke gids is werkeloos. Het is duidelijk te merken dat de aartsbisschop hier thuis is en de touwtjes helemaal in handen heeft. Hij is een man met een duidelijke visie hoe de kerk hier present moet zijn om de toekomst veilig te stellen. Onderwijs gaat daarbij voorop, want zo houd je de mensen in het land. Bijzonder is het als bij een school de fanfare speelt ‘Alle Menschen werden Brüder’. Om zo ver van huis de europahymne te horen roept bij mij veel emoties op. De verbondenheid wordt nog versterkt aan het eind van de avond bij een maaltijd annex discoavond met de padvinders van Hassake waar het de jongeren lukte heel wat stijve Hollanders uit hun dak te laten gaan. En dat alles onder het minzaam toeziende oog van de aartsbisschop. Als wij hier geen leringen uit trekken…

23 oktober
Op de achtergrond staat de Syrische tv aan. Er zijn life-beelden van massa’s protesterende mensen in Damascus tegen het VN-Rapport. Dr. Hoessein verwoordt gevoelens van frustratie: het rapport vormt de uitkomst van een wereldwijde samenzwering tegen Syrië onder leiding van het wereld-Zionisme.
Op zondag 23 oktober bezochten we samen met een Amerikaanse en Zweedse delegatie de Grand-Mufti of the Republic of Syria. Plaats van handeling: een balzaal-achtige bijzaal van de Rawda-moskee in Aleppo. In bedekte termen stelde ook deze charmante hoogste geestelijke van het land, Sheikh Ahmad Hamoen, de dubbele standaarden van de internationale, lees Amerikaanse, gemeenschap aan de kaak. Hij pleitte voor een islamitisiche variant van het “Alle Menschen werden Brüder”.

In Hassake hadden we een paar uur reizen éérder nog gesproken met één van de Mufti’s onderhorigen, Sheikh Abderrahim Abdallah. Hij verdeelt het kapitaal dat vrijwillig aan een fonds wordt gedoneerd onder imams ter plaatse. Ook hij verwees, tussen de telefoontjes door, naar één menselijke familie. Volgens de Koran (49:13) heeft God alle mensen geschapen, opdat zij elkaar zouden leren kennen. Een ware opgave. Het leren luisteren naar de muziek van onze christelijke familie in het Oosten lijkt daartoe de eerste oefening. In de Protestantse liturgie ligt de nadruk op het ‘horen’. Zondagochtend ervoeren we in de Syrisch Orthodoxe Kerk dat het hier gaat om het ‘zien’, ‘ruiken’ en ‘voelen’.

24 oktober

Dat begon al met de 370 km lange busreis over een weg waar het asfalt over het algemeen wel aaneensloot, maar niet op iedere plek even hoog. Het adembenemende uitgestrekte landschap maakte veel goed. Eerst tot aan de rivier de Eufraat donkerrode of groenbegroeide akkers en het laatste deel vaal bruine steppes.
Op een gegeven moment ben je er toch: Aleppo. Zon net ondergegaan, stofwolken, losse einden betonijzer steken hun kop op en de bus jongleert en hotst er omheen. De (met Damascus) oudste bewoonde stad ter wereld lijkt zijn laatste dagen in te gaan. Maar na een half uur zigzaggen door de outscirts komt er leven als we de oude stad naderen. Hordes mensen op de straten lopen gezellig te keuvelen. In diep zwart gehulde vrouwen- het wil maar niet wennen voor ons oog- lopen hand in hand met charmant en modieus geklede seksegenoten. Het kan en mag dus wel anders. Een romantisch hotel van 500 jaar oud ontvangt ons weer allervriendelijkst en warm.
Op de gigantische souq (markt) roepen jongeren steeds ‘holland gaat goed’. De taxi loopt vast in een ‘processie’ ( bij ons demonstratie geheten) van mensen die de president steunen tegen de internationale kritiek in. Weer gesprekken met kerkelijke leiders. Ik schrik me rot als ik een Armeense collega ‘het werk’ van de Hezbolla hoor prijzen. Halleluja! Even daarop krijgt Israel weer een fikse veeg uit de pan. Ik sputter onthutst tegen, maar voor hem is het volstrekt duidelijk wie goed en kwaad is. We besluiten met een ontroerende en voor mij volslagen wereldvreemde lezing over ‘het dogma’. Verward, onder de indruk van alles en vol vragen schuiven we aan tafel en delen de ervaringen.
Jos de Heer, Aleppo.

25 oktober

Wij zijn in Hama, bekend om zijn Noria, grote waterschepraderen in de rivier de Orontes (bekend van de bijbelse Naaman), die water in een bevloeingssysteem scheppen. De stad is ook bekend van 1982, toen een groep extremistische moslimbroeders zich tegen de regering keerden, die ongenadig terugsloeg met een bombardement op de stad, waarbij zeker 1000 doden vielen en het centrum verwoest werd. Ook het patriarchaat en een kerk uit de 5e eeuw werden verwoest.
Aan het woord is de 81 jaar oude bisschop van Hama, Elia Saliba, van de Grieks-Orthodoxe kerk. 21 jaar geleden kwam hij naar Hama: “Er was niets meer; ik moest alles van de grond af weer opbouwen.” We bezoeken de kerk, die - op de plaats van de verwoeste kerk - exact hetzelfde is opgebouwd met dezelfde stenen en bewonderen de oude iconen die de verwoesting overleefd hebben. Maar geen woord van kritiek komt over de lippen van de oude patriarch. Wij Nederlanders begrijpen dat niet.
De morgen begonnen met het bezoeken van de bedevaartskerk die de plek markeert waar de heilige Simeon 42 jaar lang op een pilaar bivakkeerde. De plek is schitterend, de 4 kerken rond de pilaar indrukwekkend, maar het blijft moeilijk je in de spirituele wereld van zo’n pilaarheilige te verplaatsen.

Ds. Piet de Bres, Amstelveen.

26 oktober

Vandaag geen besprekingen en dat vindt niemand erg. We bezoeken in de morgen Crac des Chevalliers, een immens kruisvaarderskasteel dat nog grotendeels intact is. De bouw begon in 1170. Crac heeft een binnen- en buitenburcht en alleen in de binnenburcht al konden 2000 mensen verblijven en zes maanden overleven. De kruisvaarders hebben vreselijk huisgehouden in het Midden Oosten. Niet alleen de moslimbevolking heeft eronder geleden, ook de kerken die er al waren. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het Christendom die nog altijd zijn schaduwen werpt op de verhouding tussen christenen en moslims.

‘s Avonds bezoeken we een klooster gewijd in de buurt van ons hotel. We worden hartelijk ontvangen door de archimandriet (een soort hoofdmonnik) Christou Isa, een monnik die 30 jaar in Ballamand woonde en nu sinds drie maanden hier verblijft. Dit klooster is een pelgrimsoord op een plek waar al in voorchristelijke tijden een heiligdom stond.
Nu is het er rustig, maar in de zomermaanden zijn er meer dan 700 kinderen gedoopt.
En op het feest van St.Joris op 6 mei komen er uit heel Libanon en Syrië wel meer dan 100000 bezoekers. Kloosters op heilige plaatsen verbonden aan heiligen nemen een belangrijke plaats in in het Orthodoxe Christendom. Er is een heel sterk besef van traditie: wij zijn niet de eersten die geloven. We gaan verder langs de lijnen die al door het voorgeslacht zijn uitgezet.
Wij wisten ons opgenomen in het geloof van de eeuwen.

27 oktober

Overal in het Midden Oosten kom je hem tegen: de heilige Joris. Ook in Syrië. Ontelbare kerken en kloosters zijn aan hem gewijd, de man die de draak doodt. Mooi detail in het klooster dat we vandaag bezochten was dat op de rug van Joris een klein jongetje zit, met een kruik wijn. Volgens een oude legende zou een moslimveroveraar verslingerd zijn aan wijn. Maar dat mag hij van zijn gelooof niet drinken. Hij rooft een kind, en laat het kind hem onder dwang de wijn drinken, zodat hij kan aanvoeren het niet vrijwillig te hebben gedaan. Vandaag dus het klooster van de heilige Joris in de zogenaamde christelijke vallei, waarin ook het Crac des chevaliers ligt. Mooie lezing van de archimandriet (hoofd van de monniken) over monastiek leven. In het leven van de monniken gaat het om nederigheid. Al het denken, al het bidden, alle liturgie is zinloos als het niet voortvloeit uit de nederigheid, die Christus leert – aldus de monnik – als hij de zijnen de voeten wast. Zo wil de Oosterse monnik er ook zijn voor de wereld, de mensen in de dorpen rondom het klooster: de mensen er toe leiden en begeleiden om een ruimte en een tijd in het leven te scheppen waarin de heilige Geest ontvangen kan worden. In de middag naar Homs voor een gesprek met de Syrisch Orhodoxe bisschop en later een oecumenische ontmoeting met dezelfde bisschop, de Grieks Orthodoxe bisschop, de maronitisch bischop en een Syrisch Protestantse predikant. Laatstgenoemde maakt indruk, door buiten alle politieke correctheid om eerlijk te vertellen over de situatie van christenen in Syrië.

Dirk Neven

28 oktober - laatste dag van de reis

Voor de middag al moeten wij onze opwachting maken bij Balamand, de (grootste van het Midden Oosten) universiteit van de Grieks Orthodoxen. Maar eerst wachten wij zowel aan Syrische als aan Libanese zijde geduldig (?) naast en in de bus, tot we de grens mogen passeren. Als wij door de douanier één voor één nog eens zijn aangekeken, mogen we eindelijk door om laat, maar niet minder hartelijk te worden ontvangen aan de door studenten van de aan de universiteit verbonden hotelschool aangeboden dis. Een prachtige eetzaal met uitzicht op zee. Al even smaakvol ontworpen als al die andere voorbeelden van moderne architectuur waar zowel Libanon als Syrië verbaasd van doen staan. Hierna een rondleiding langs de verschillende gebouwen over de campus, het klooster, de kerk, het prachtige sportveld etc. Je zou willen dat één van je kinderen aan deze universiteit kon studeren of dat je zelf daar een zomercursus Arabisch volgde. Wat een mooie plek. De lezing door een Libanese kunsthistorica over architectuur, fresco’s, iconen en miniaturen in het door ons doortrokken gebied is een plezier om mee te maken. Dat het oosten aan de christelijke kunst wellicht meer nog heeft bijgedragen dan het westen lijkt een hypothese die nog wel eens dichtbij de waarheid zou kunnen liggen. Veel van wat wij zagen (Romeins, Grieks, Byzantijns, Arabisch) trekt op het diascherm nog eens aan ons voorbij. Periodes beïnvloedden elkaar door de eeuwen: het spreekgebaar van de socratische filosofen wordt bij de christenen de zegen. In een andere periode mogen mensen in het geheel niet worden afgebeeld. Dan weer dragen ook bijbelse figuren tulbanden…..

In de namiddag de zusters van St James die zo blij zijn met onze komst dat ze ons met z’n allen opwachten. Bezoek aan het atelier waar iconen naar aloude voorbeelden en volgens de regelen der kunst met 22 karaats bladgoud worden gemaakt en tot in Rio de Janeiro verkocht. De techniek wordt ons stap voor stap uitgelegd, ook die van de deels geborduurde exemplaren die op de gordijnen van een iconostase kunnen worden vastgezet en waarvan alleen gezicht en handen beschilderd worden. Alles gebeurt hier met veel liefde – de goudgeborduurde Paulus in gestrekte positie op de strijkplank blijft voorlopig nog even bij me! (gaan de scherpe kantjes eraf of moet je toch hopen dat hij niet helemaal ‘gladgestreken’ zijn reizen langs de kerken vervolgt..?)

Jammer dat de vlaggetjes van Kerkinactie op zijn en wij bij deze zusters geen aandenken kunnen achterlaten. Na de laatste maaltijd in Tripoli bedanken wij onze gids en chauffeur en niet te vergeten onze reisleider Bert. De bus maakt een laatste tour door het nachtleven van Beiroet. Roadblock’s en militairen langs een boulevard vol lichtreclames, hotels, het grootste casino van het Midden Oosten naast kapot geschoten overblijfselen uit de oorlog. Een gebied vol tegenstellingen blijft ons bij.
Zaterdagmorgen om half 10 landen wij enigszins versuft op Schiphol. Het was fantastisch.

Juut Meijer