Reisverslag geschreven door de deelnemers zelf. De foto's zijn van Mart en Trix Zuidmeer.
Veel leesplezier. !
Ds. Theunis Veenstra
Dag 1, woensdag 27 april 2005
Greetje Bredenhoff – van Uffelen
Zeker, we waren
al een aantal keren bij elkaar gekomen en toch hing er die woensdagmorgen
op het
station van Meppel een gevoel van wat onwennigheid. Een
bijeenkomst is toch wat anders dan samen op reis gaan. Dat gevoel maakte echter
snel plaats voor een gezamenlijke nieuwsgierigheid naar dat wat we zouden gaan
zien en ondervinden. Roemenië zien, ruiken, voelen, horen, proeven én
het Roemeens-orthodox Pasen meebeleven.
Om 6.28 uur vertrok de trein. De reis verliep voorspoedig evenals het inchecken
op Schiphol. De KLM vlucht met een Boeing 737/800-900 zorgde ervoor dat we
om 15.00 uur in Boekarest landden. Daar werden we opgewacht door de Roemeense
gids Cristina Iacob en Laurentio Poppa, chauffeur van de bus (deze bus had
in zijn jeugd dienst gedaan in Karlsruhe).
Het vliegveld ligt zo'n 15 km buiten Boekarest en vandaar was het nog 120 km
naar Sinaia waar ons eerste overnachtingshotel was. Onderweg werden we door
Cristina al ruimschoots van informatie voorzien terwijl we door een landschap
reden
met veel kersenbomen en seringen in bloei en aardbeien te koop in kraampjes
langs de weg.
Even in telegramstijl: Roemenië 230.000 km2 groot, 20 miljoen inwoners,
waarvan 10 % in Boekarest. Bevolkingsaantal loopt terug: door emigratie van
Roemeense Duitsers naar Duitsland na de "wende", door kindersterfte,
door lage levensverwachting (mannen gemiddeld 67 jaar, vrouwen 73 jaar).
Het Karpatengebergte is 900 km lang en ligt als een soort amfitheater in het
land. Hoogste toppen tussen de 2000 en 2500 m hoogte. De munteenheid heet Leo
(leeuw), meervoud Lei, 1 Euro = 36.000 Lei. Het gebied waar we doorheen rijden
heet (Duitstalig) Zwabenland. De provincie heet Prachova met de hoofdstad
Ploiesti (= regen), 200.000 inwoners. Gebied waar veel raffinaderijen zijn.
In de 11e/12e eeuw zijn veel Duitsers naar Roemenië gekomen. Siebenburger
Saksen en Zwaben. In de 17e/18e eeuw een tweede golf uit Oostenrijk. Het land
als eenheid Roemenië is ontstaan in 1918.
Landbouw: voor de wende (december 1988) was alles in handen van communistische
staatscoöperaties. Na de wende werden voormalige eigendommen van 1 tot
maximaal 200 ha teruggegeven.
Ook werd aan bepaalde groepen uit de middenklasse grond geschonken. Zo ontstond
weer privé eigendom. Men had in veel gevallen wel weer eigen land maar
geen geldmiddelen om werktuigen te kopen. Velen behielden een klein stukje
voor eigen gebruik en de rest verpachtte of verkocht men aan degenen die vanuit
hun communistische periode wel geld hadden verworven. Van de bevolking op het
platteland leeft 50% zelfverzorgend. Men verbouwt: tarwe, maïs, polenta,
zonnebloemen (olie voor het koken), aardappelen (zeker in de streek Brasov
waar we ook doorheen reden op weg naar Sinaia). Hennep, vlas en tabak in mindere
mate.
In november 2004 heeft de sociaal-democratische partij verloren. Nu staat de
democratische liberale partij aan het roer.
We krijgen ook nog enkele huishoudelijke waarschuwingen: niet lopen in de rijdende
bus, zeer slechte wegen en daardoor onverhoedse bewegingen. Als je alleen wandelt,
niet op verzoek papieren laten zien. Laat ze maar meekomen naar het hotel.
Bij aankomst in Sinaia om ongeveer 16.00 uur hebben we eerst het wisselkantoor
onveilig gemaakt. De loketbediende bleef onverstoorbaar. We kwamen allen als
Lei-miljonair naar buiten.
Na onze eerste gezamenlijke maaltijd kwamen we in een aparte zaal nog even
bijeen om de dag in saamhorigheid af te ronden. Daarbij gebruik makend van
een klein lied- en gebedenboek voor de Roemeniëreis.
Dag 2, donderdag 28 april
Biena ter Heide, Riet en Joos Wolters
Op de tweede dag vindt de eerste eigenlijke ontmoeting met het land en zijn
cultuurschatten plaats. Na het ongewoon vroege rinkelen van de wekker (6.30
uur) en het gebruik van een smakelijk ontbijt, stappen we - compleet met een
voorjaarszonnetje - om 8.30 uur in de bus. We gaan allereerst op weg naar het
vlakbij gelegen klooster van Sinaia.
We maken kennis met de kerk waar, in verband met het komende paasfeest, de
meegebrachte broden (‘coliva’, een mengsel van tarwe, noten en
honing) en wijn staan uitgestald. Wat erg opvalt is de uitnodigende houding
van de kerkgangers in onze richting. Sterker, het zien van de dubbele trouwring
aan de vinger van één van ons, leidt tot een woordeloos emotioneel
contact. Cristina, de uitstekend Duits sprekende Roemeense reisleidster en
Theunis lichten, zowel in de bus als in de kerk, enkele gebruiken in de Roemeense
Orthodoxie toe, zoals het zegenen van het brood middels wijndruppels, het ontbreken
van de behoefte met het geloof naar buiten te treden, het min of meer ‘in
zichzelf gekeerd zijn’ ten aanzien van geloofszaken en het vele in en
uit de kerk lopen van de gelovigen.
Daarna bezoeken we het Peles-kasteel, deels een museum en deels een woonhuis. De vele stijlen, de Moorse, Italiaanse en Oriëntaalse kunst en het prachtige houtsnijwerk vormen samen een overweldigend geheel. Deze dag horen we voor het eerst iets over de stamboom van het Roemeense koningshuis: koning Carol I en zijn vrouw Carmen Silva zijn het eerste koningspaar. Omdat hun dochtertje - enig kind – al vroeg overlijdt, wordt neef Ferdinand, echtgenoot van Maria, de volgende koning. Hun zoon bestijgt daarna als Carol II de troon. Verder reizend doen we enkele ervaringen op met land en volk:
• Van rechts
naar links laverend over de weg, probeert chauffeur Laurentio de gaten in
de weg
te ontwijken; vooral spoorwegovergangen passeert hij uiterst
behoedzaam.
•
Na een heerlijk kopje koffie, blijkt men bij de kassa het gebrek aan kleingeld
te verrekenen met … kauwgom. Eén van ons dacht er een bedelend
jochie blij mee te maken, maar die reageerde: ‘It’s not my quality’!?
• Als we door een gebied rijden waar nog vrij veel beren in het wild
leven, herinnert Theunis zich de mop van een collega-zendeling, die behalve
mensen, ook beren wilde bekeren. Het bleek te lukken: toen hij een beer ontmoette,
zakte deze door zijn knieën en bad: ‘Here, zegen deze spijze amen’.
•
Hoewel we genieten van de prachtige landschappen, ‘proeven’ we
iets van het harde bestaan van de mensen: een enkele koe laten grazen in de
berm, het vervoer met paard en wagen, enz. We wanen ons in de 50-er jaren.
Maar zong Gilbert O’Sullivan daar niet over: ‘Toen was geluk heel
gewoon’? Voor ons is ook een ritje met paard en wagen richting het plaatsje
Moieciu geregeld.
Het tochtje eindigt bij een restaurant waar een commissie van ontvangst ons
verwelkomt met kaas en slibowitz (pruimenlikeur). Binnen staat een overvloedige
warme maaltijd op ons te wachten.
En voort gaat de reis. Nu in de richting van Brasov. Het bezoek aan de Roemeens-orthodoxe
Bartholomeuskerk stellen we nog even uit. We vereren eerst het aangrenzende
museum met een bezoek. Zo ervaart ‘meester’ Oltean dat althans:
hij wordt volgens hem vaak overgeslagen.
Hij voert in verstaanbaar Nederlands een gloedvolle show op in de eerste Roemeense
school, ‘zijn’ school.
Inmiddels is het weer, na een sombere periode weer wat opgeklaard. Nieuwsgierig
betreden we de laatste bezienswaardigheid van die dag, de boven genoemde kerk.
Enigszins verbaasd treffen we daar weer meester/Pfarrer Oltean als deskundige
gids aan. In zijn school had hij ons al duidelijk gemaakt hoe omvangrijk zijn
dagtaak in deze paastijd wel was: letterlijk van ’s morgens vroeg tot ’s
avonds laat is de ouwe baas in touw: met preken, met de biecht afnemen, met
gidsen, enz.
Vermoedelijk is niemand er rouwig om dat het bezoek aan de Zwarte Kerk (gesloten)
en de stadswandeling (regenachtig weer) niet doorgaan. We
moeten nog even
wennen aan de lange dagen, waarin we veel informatie tot ons nemen. Omstreeks
kwart
voor vijf stappen we weer bij Laurentio in zijn eigen, uit Duitsland afkomstige,
tweedehands bus. Het is rustgevend te merken dat hij erg vakbekwaam is. In
woord en gebaar valt hem dan ook waardering ten deel. Omstreeks
half 8 staat de tweede vorstelijke maaltijd van de dag opgediend. Dat is
wel even wennen! Maar … ook hier waren we op voorbereid!
Aan het eind van de dag, om 21.00 uur, maken we wederom kennis met het door
Theunis samengestelde ‘klein lied- en gebedenboek’ voor deze reis
naar Roemenië. In een zaaltje van ons hotel zingen we uit gezang 388 over ‘de
avond die komt en de zon die daalt in het westen, en de ziel die mag rusten
in God’. We genieten er zicht- en hoorbaar van.
Dag 3, vrijdag 29 april
Alie Kouwen en Gerda Dommerholt
Nadat Cristina eerst nog de nodige postzegels heeft ingekocht (wij zijn grootafnemers!),
vertrekken we om 8.10 uur vanaf hotel Sinaia richting Brasov. Het is 5?, de
lucht is erg donker. Vannacht heeft het behoorlijk geregend en gewaaid. Op
de bergen ligt meer sneeuw dan gisteren.
In Prejmer (Tartlau) bezoeken we de burchtkerk. De kerk staat binnen de hoog
opgetrokken muren, tegen aanvallen van de Turken. Er zijn 274 vertrekken binnen
de burcht, waar de mensen uit de stad hun voorraden konden bewaren en in tijd
van nood konden wonen. In de heel lange gang over de muur, kun je door de schietgaten
het veld in kijken. Binnen de burcht is ook een school en een raadhuis. De
laatste doet nu dienst als winterkerk. We zien ook een zgn. ‘verzoeningskamertje’.
Dat is een cel, waar een vechtend echtpaar werd opgesloten en pas weer uit
mocht als ze ‘verzoend’ waren.
We krijgen een rondleiding door een Duits sprekende, Hongaarse predikant Andreas
Paul. In de koude kerk zingen we, om ons te warmen, onder leiding van Berend
het “Dona nobis pacem!” Een groot probleem van de kerkelijke gemeente
hier is de ‘Heimkehr’ van van oorsprong Duitsers. Van de 1500 gemeenteleden
in 1989 zijn er nu nog 450 over, verdeeld over vier dorpen.
Wij vervolgen onze tocht naar het noorden en in de buurt van Sfantu Gheorghe
drinken we koffie bij een klein benzinestation. Een klein probleem duikt op:
Er zijn niet genoeg kopjes! Dan maar even op elkaar wachten. Het is er wel
gezellig.
We rijden door een mooi landschap, met de Karpaten als decor. Helaas regent
het en daarom eten we onze lunchpakketten in de bus op. Het is een uitgebreid
pakket, met 3 broodjes, wat tomaat, een ei, een banaan, 2 plakjes cake en een
flesje water per persoon.
Het is bijna droog als we iets voorbij Gheorgheni de volgende stop hebben bij ‘Motel
4 km’. Het is een recreatiemogelijkheid met een motel, een restaurant,
vakantiebungalows en de start van veel routes door de Karpaten. Theunis krijgt
een idee voor een speciaal arrangement in de pastorie: “Gebed en breakfast”
De weg, die we volgen, gaat dwars door de Karpaten. Het wegdek is erg slecht.
Er is hier, sprake van ZOAB, ofwel Zeer Open Asfalt Beton. We komen over de
Bicaz-pas op een hoogte van 1256 m, waar we (jammer genoeg) niet stoppen. Iets
verder bij Lacu Rosu, het rode meer, dat in 1838 is ontstaan door een splijting
van de aarde, kijken we even rond.
In de Bicaz kloof nemen we een uitgebreide stop voor foto’s en marktbezoek.
Steile, hoge wanden rijzen omhoog vanaf de weg naast het riviertje. De zon
schijnt nooit in deze kloof. Er staan veel kraampjes met handwerkkunst etc.
Het zijn meest Szekler (een Hongaarse bevolkingsgroep) volgens Cristina. Als
we, om 17.15 uur, aankomen bij Hotel Central in Piatra Neamt, worden we begroet
met een pittig drankje, brood en zout. Na een lekkere maaltijd met snoekbaars
en ijs toe, vertrekken we om half negen naar het Klooster Bistrita, een ritje
van ? 25 km.
De dienst van Goede Vrijdag is al om 18.00 uur begonnen. Er wordt nog steeds
volop gebeden en prachtig
gezongen. Wij nemen deel aan de dienst met een brandende kaars in de hand.
Het is erg druk in de kerk, waar de gelovigen naar voren schuiven, om daar
onder de tafel, met daarop de ‘lijkwade’, door te gaan. De symboliek
daarvan is ‘het ondergaan en weer opstaan’. De Iconen worden
gekust en er worden wat kruisjes geslagen.
Om ongeveer 22.00 uur wordt de ‘Lijkwade’ en ook de Heilige Schrift
naar buiten gedragen. Alle gelovigen lopen er in processie achteraan rond de
kerk. De monniken lopen in prachtige gewaden en de klok in de toren wordt volgens
een bepaald ritme geluid. Bij de terugkomst in de kerk gaan de gelovigen nogmaals
onder de lijkwade door. De brandende kaarsen worden veelal in de daarvoor bedoelde ‘bakken’ gezet,
of op het graf van een geliefde. Wij krijgen allemaal een gezegende afdruk
van een Icoon. In de bus terug zingen we alle verzen van het lied: “O
Heer mijn God, ook deze nacht zij lof en eer U toegebracht”.
Dag 4, zaterdag
30 april, ‘Stille Koninginnedag’.
Joop en Durk van der Zee.
Zoals gewoonlijk om deze tijd, vertrok ons gezelschap om half negen naar het
nonnenklooster Agapia. Aanvankelijk was het bewolkt, maar al spoedig kwamen
er blauwe plekken in de hemel en kwam het dal met zijn talrijke vruchtbomen
als een prachtig decor langs onze route te liggen. Een verrassing kwam ons
tegemoet: Wij waanden ons bij het zien weer vlak bij huis : Die gele bus Steenwijk
- Zwartsluis !
Al ras bleek ons, dat aan het woord weg-dek ook een tweede betekenis was toe
te kennen, zelfs de vergelijking met een Emmenthaler kaas was nog niet zo gek.
Dank zij de behendigheid van onze chauffeur, die van de zeilkunst in elk geval
het laveren goed beheerste, kwamen wij na een uur rijden heelhuids bij het
klooster Agapia aan.
In de grijze oudheid had zich in de buurt de kluizenaar Agape gevestigd, een
monnik uit het klooster Neamt. In de 17 de eeuw werd het huidige klooster gebouwd,
de kerk werd gewijd aan de aartsengelen Michaël en Gabriël. De beschilderingen
in de kerk werden vanaf 1858 in drie jaar tijds vervaardigd door Nicolae Gregorescu.
Zijn stijl week sterk af van het toen gangbare, in elk geval was die veel levendiger
! Wij werden rondgeleid door de Engelssprekende zuster Ada, die ons vergezelde
door de kerk, het museum, de weverij, langs de dames, die eieren met kraaltjes
omwikkelden of beschilderden, het naaiatelier, waar de meegebrachte kralen
en het gouddraad hun bestemming vonden en tenslotte naar het atelier van de
iconen-non.
In het klooster zijn 100 nonnen gehuisvest, terwijl in de rondom liggende verblijven
nog 250 nonnen onderdak vinden.
Het middagmaal werd genuttigd in het in Targu Neamt gelegen “Huis van
de Boogschutter.”, een gebouw, waarvan wij de bijzondere architectuur
niet onvermeld willen laten.
Het volgende reisdoel lag 16 km hiervandaan : het klooster Neamt., het oudste
in Moldavië, gebouwd in de 14 de eeuw. In het klooster wonen 60 monniken
en 130 daarneven. Wij werden in de kerk rondgeleid door een Duits sprekende
monnik : zeer oecumenisch ingesteld, mits men het maar eens was met zijn orthodoxe
opvattingen. De schilderingen in de kerk vormden een kalender met een heilige
op iedere dag. Het klooster dient nog steeds als seminarie en is een cultureel
centrum. De bibliotheek omvat 19000 boeken en manuscripten. De klokkentoren
werd in het begin van de 15 de eeuw door Stefan de Groote er aan toegevoegd,
en is boven de heilige bron gebouwd, waar het wijwater gewonnen wordt. Ook
deze is van binnen met schitterende fresco’s versierd. In een ander gebouw
troffen wij de icoon van Maria met de drie handen aan.
Na een ritje in de bus kwamen wij bij het onderkomen van de maskermaker Nicolae
Popa aan . Deze getalenteerde 90- jarige had naast de maskers nog vele sculpturen
in zijn tuin staan. Bovendien had hij een museum met allerlei zaken : vuistbijlen,
fragmenten van aardewerk van de Daciërs, wat deze man in zijn leven niet
bij elkaar gesprokkeld heeft, hou je niet voor mogelijk !
Na een wandeling door het dorp stond de bus ons op te wachten. Nog nooit zijn
we zo vaak in Karlsruhe geweest !
Terug in ons Hotel Central wachtte ons een verrukkelijk maal, ingeleid door
een pittig Roemeens drankje. De lamsschotel met de gereedstaande witte wijn
viel zeer in de smaak ! Na dit feestmaal was het aantreden om kwart voor elf
voor de rit naar de kerk van Bistrita.
Hoewel het er reeds zeer druk was, wist het merendeel van onze groep tot in
de voorste gelederen door te dringen. Toen was het, met de kaars in de hand,
wachten op de dingen die zouden gaan geschieden. Prompt om twaalf uur gingen
alle lichten uit, een deur ging open en daar daalden de priesters met brandende
kaarsen de trap af. Zij verspreidden het licht onder aanwezigen, die op hun
beurt het licht weer doorgaven. Hierop begaf de hele stoet zich naar de uitgang,
doch voor iedereen eruit was, gingen de deuren dicht. Nadat de stoet van priesters
het rondje om de kerk gelopen had , werd de deur geopend, om hen binnen te
laten en zo ontstond er een tegenstroom waarbij enkele lieden in de knel kwamen
te zitten, kortom : de verwarring was compleet. Niettemin lukte het onze groep
om voltallig zich buiten te verzamelen.
Eerlijk gezegd, heeft de viering op Goede Vrijdag op ons meer indruk gemaakt,
dan deze Paasviering. Wij besluiten ons relaas met de Paasgroet: CRISTOS A
INVIAT ! ADAVERAT A INVIAT !
Dag 5, zondag 1 mei
Klaas en Tineke Smit
We nuttigden op
de vroege zondag morgen weer een verrukkelijk en veel te uitgebreid ontbijt! Wij
hadden een jarige in ons midden en wel Zina Hessels. Harm,haar altijd onvermoeibare
partner, had dit tussen neus en lippen door verteld! Met gepast gezang werd
Zina toegezongen en vereerd met een driewerf hoera. . . .! !
Zina mocht haar 61-verjaardag onder ons vieren in het verre Roemenië! Het was weer vroeg op voor ons allen,daar wij de avond daarvoor laat te bed
waren gegaan i.v.m. de Paasviering in de kerk van het Bistrita-klooster.Het
was met recht een "hazenslaapje" van ongeveer 5 uurtjes!
Het was een stralende dag en we gingen welgemoed richting de kloosters van
de Boekovinastreek in Moldavië. We gaan het klooster
in Moldovita en Sucevita bezoeken.
In de middeleeuwen waren de meeste mensen analfabeet en werden bijbelse verhalen
zowel uit het oude als het nieuwe testament verteld in de vorm van afbeeldingen
op de muren zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. Dit
geschiedde op klooster- en kerkmuren. Het nonnenklooster van Moldovita is
in de 16e eeuw gesticht door
prins Petru Rares, we zien dit weer terug aan zijn woonhuis, dat binnen de
hoge kloostermuren te zien is. Ter plekke oefenden we nogmaals de "paasgroet" Hristos
A Inviat -Adevarat A Inviat.
Ook waren in deze streek veel Joodse Roemenen die met Pasen weer terug kwamen
in hun geboorte streken,om daar ook het Pasen mee te vieren. Roemenië had
voor de tweede wereldoorlog circa 80.000 Joden!
De Boekovinastreek is een van de mooiste streken van heel Roemenië.
In de bus hielden we op het tijdstip,dat erin Havelte de kerkdienst werd
gehouden,
ook een
kort moment van bezinning. Theunis las een kort orthodox gebed voor en we
sloten af met een lied uit het "liedbundeltje",dat Theunis voor
deze reis had samengesteld!
Vanaf 1600 werden de kerken beschilderd in Sucevita. Door de verf mengde
men "ossegal" om
de verf beter te kunnen conserveren tegen allerlei weersinvloeden.Ook de schone
lucht in deze omgeving is zeer bestendig voor de schilderingen. Tijdens de
busreis naar Sucevita vertelde Jannie Barelds over haar toch wel "wonderbaarlijke
ontmoeting" tijdens de paasnachtdienst in het Agapia klooster.
Zij had een tas met gezegend brood en wijn van een oude dame aldaar gekregen,met
het verzoek daarvan te eten en te delen.Dit hebben wij gedaan op het kloosterterrein
in Sucevita! Dit was voor ons een bijzondere gebeurtenis! Hiermee werd de
gastvrijheid van de bewoners van deze streek aangetoond, door samen te delen
van het weinige
wat zij bezaten!!!!
De beschilderingen van de kloosters wordt ook wel de bijbel van de armen
genoemd. Door de taferelen in zich op te nemen verstaan zij de strekking
van het bijbelverhaal.
Aan de hand van al deze afbeeldingen vertelt de priester het oude en nieuwe
testament. Een van de mooiste afbeeldingen op de kerkmuur bij het klooster
van Sucevita is de z.g. "Climaxladder". Dit
is een soort hymne/lied waarin wordt gepresenteerd de ontmoeting met God/Jezus
op de
bovenste trede
van de ladder. Hier steekt hij ons de hand toe om in de hemel te komen. Climages
schreef de 30 stappen voor de monniken om via deze ladder de hemel te kunnen
bereiken. Echter om de ladder heen probeerden vele duiveltjes eenenander
te verhinderen! !! Deze afbeelding heeft op velen van ons een diepe indruk
achtergelaten.
Ook brachten we nog onderweg een bezoekje aan een "keramiekfabriekje",hier
werd prachtig zwart aardewerk gemaakt. Ook konden we daar weer vele prachtig
beschilderde "paaseieren" kopen voor thuis als herinnering.
Veel mensen zien met Pasen er keurig uit, we kunnen wel zeggen op hun "paasbest" gekleed.
Ook zijn de erven en tuinen netjes opgeruimd in deze streek om te laten zien
dat men gereed is voor een nieuw begin.
De lunch nuttigden we in een restaurant met de bijzondere naam 'La Golan
in Radoute" een wel zeer bijzondere naam. Harm van Zina vroeg het woord,
om namens de jarige Zina ons allen een drankje aan te bieden, voor velen
werd dit een heerlijk Roemeens wijntje. Zina nogmaals van harte .., . . .
. werd
er gezongen!! ! !
Onderweg werd er nog een foto gemaakt van Zina in de straat 1-mei, pal voor
een synagoge. Als laatste klooster is deze dag het klooster van "zuster
Tatjana" bij Sucevita aan de beurt. Deze non vertelt met veel humor over
haar klooster. Theunis kent haar van eerdere bezoeken en geeft haar een rol "kingpepermunt" als
smeersel voor haar gevoelige keel! Zij kan met veel kracht haar verhaal doen
en probeert ons allen warm te maken voor het orthodoxe geloof.
De stad Sucevita is de hoofdstad van Moldavië en is driehonderd jaar oud.
De bekende Alexander de Goede is hier begraven. De stad kent veel houtverwerkings
industrie. We brengen hier ook nog een kort bezoek bij een Oekraïense
mevrouw, die als geen ander de kunst verstaat op een schitterende manier
eieren te beschilderen. Ook hier werden weer prachtige exemplaren aan onze
collectie
toegevoegd! ! !
Na weer een lange dag strijken we neer in het prachtige hotel "Classic" in
Sucevita.
Andermaal mogen we weer genieten van een heerlijke maaltijd en we geven Zina
twee enorme beschilderde paaseieren als aandenken voor haar verjaardag in
Roemenië!
!!
De dag wordt weer gezamenlijk afgesloten met enkele mededelingen en een mooi
lied uit de "Theunisbundel" .
Dag 6, maandag 2 mei
Henk en Paula de Gooijer
Het is vandaag de 2e paasdag van het orthodoxe paasfeest. Het is prachtig
weer en we verlaten om 8.30 uur ons hotel in Suceava met als eerste doel het
afgelegen klooster van Voronet.
Dit klooster wordt beschouwd als een van de mooiste van Roemenië wegens
de fresco’s over het laatste oordeel, welke zijn afgebeeld op de westelijke
muur.
Tijdens de rit hier naartoe probeert Cristina ons wat van de Roemeense taal
bij te brengen, onder anderen de dagen van de week en de soorten wijn.
Aangekomen bij het klooster, legt Theunis ons uit wat de geschilderde afbeeldingen
allemaal voorstellen. Keurig verdeeld in vijf rijen onder elkaar zien we van
boven naar beneden onder anderen:
Engelen die de boekrol van de “dierenriem” openen bij een open
raam, Christus op de troon, met links Maria en rechts Johannes de Doper.
Vanuit de voet van Christus, ontstaat een stroom van vuur naar beneden, die
de onderwereld symboliseert. Hierin zien we de zielen van de lichamen die te
licht worden bevonden.
Ondermeer dieren met in hun bek een mensenhoofd en onderaan een draak uit wiens
bek de namen komen van vele ketters, waaronder Mohammed.
De aartsengel probeert hen te bevrijden, maar men is met ketenen aan elkaar
verbonden.
Op de derde rij is in het midden een lege troon en weegschaal te zien. Hierop
staat een duif met icon afgebeeld in afwachting van Jezus‘wederkomst.
Links hiervan escorteren Petrus en Paulus de gelovigen naar de hemelpoort.
Ook Maria met engelen en de “goede moordenaar” staan hierbij. Rechts
hiervan staat Mozes afgebeeld, die de niet gelovigen naar voren brengt.
Hieronder is de wederopstanding uitgebeeld, door Abraham, Izak en Jacob, waarvan
de laatste twee een bord op schoot hebben, waarop alle goede mensen van de
wereld.
Op de zuidelijke muur staan de vele goede daden van de heilige Nicolaas afgebeeld. Theunis
vertelde ons uitvoerig hierover in de bus. Binnen was weer een paasdienst gaande
en konden we genieten van het prachtige gezang van
de nonnen. Een waardig
afscheid van deze kloostertoer.
Cristina heeft voor ons geregeld dat we na de koffie pauze een boerderij
kunnen bezichtigen.
Op
de binnenplaats staat een “huussie”. Maar toen de deur door
de boerin geopend werd, bleek het een rookkast te zijn vol dunne worstjes
en vlees.
De boer toont ons de stal met daarin drie koeien en een paard. Hij is trots
op zijn prachtige paard dat onwillig naar buiten kwam en na het zien van
zoveel mensen rechtsomkeert maakt naar de veilige stal.
Wij mogen het hele huis van binnen zien. Riet Wolters wordt getooid met
de kleurrijke Roemeense kledij van de boerin, versierd met duizenden kraaltjes.
Ook de boer toont ons zijn traditionele kleding gevoerd met reebont en
drinkt
vervolgens met Harm Tiemens een verbroederingsborrel. Met de aanbieding
van blokjes kaas en stukjes worst bij ons vertrek, houdt dit boerengezin
de Roemeense
gastvrijheid hoog in het vaandel.
Verder rijdend in de bus naar ons lunchadres in Campulung Moldovenesc, zien
we veel mensen die picknicken langs de rivier en zo van hun vrije dag genieten.
Tijdens
de lunch speelt een oude muzikant op zijn “cimbalo” ,een
snaarinstrument dat veel op een cither lijkt. Zijn stem klinkt vol en warm,
terwijl hij zigeunerliederen zingt. Na de lunch rijden we over een tweetal
bergpassen dwars door de Karpaten naar onze eindbestemming van deze dag
in Bistrita.
Onderweg zien we tijdens de rit door een overweldigende natuur met besneeuwde
bergtoppen een prachtig tafereel van een tweetal nonnen die een aantal koeien
naar de stal drijven. De koffiepauze is gepland in hotel kasteel Dracula. Echter
hier wordt zo langzaam gewerkt dat wordt besloten zonder koffie verder te reizen.
Na een rit van ongeveer een uur over zeer slechte wegen bereiken we ons hotel
voor deze dag, hotel Coroana de Aur in Bistrita. Op onze kamer wacht ons een
verrassing in de vorm van een rond brood met in het midden een rood ei en een
waterflesje gevuld met witte wijn. Voor het diner hebben we nog even heerlijk
kunnen genieten van de zon, door op het buitenterras gezamenlijk gezellig iets
te drinken.
Het diner wordt geserveerd in de Draculazaal door in Dracula costuum ( rood
en zwart) geklede serveersters. We eten aardappelpuree, vleesspies, salade
en een appeltje toe. Na het diner komen we bijeen voor de dagafsluiting.
Omdat deze avond het einde van Pasen is, wordt door Theunis aan de orde gesteld,
hoe het orthodoxe Paasfeest door de groep is beleefd.
In het algemeen is iedereen geraakt door de devotie van de bevolking tijdens
deze paasviering. Ook de manier van het samen Christen zijn en het opgenomen
voelen in de gemeenschap heeft indruk gemaakt.
Aan de andere kant wordt door enkelen naar voren gebracht dat de strikte liturgie,
die geen ruimte laat voor persoonlijke interpretatie wat minder aanspreekt.
Het idee is dat de orthodoxe kerk is stil blijven staan, terwijl de westerse
kerken zich verder hebben ontwikkeld.
Iedereen is het er over eens dat door het meebeleven van de diensten van de
afgelopen dagen, we wel het Paasgevoel hebben gekregen.
Cristina wordt gevraagd hoe ze onze groep ervaart. Ze zegt verbaasd te zijn
over wat we al weten. Zoveel weten andere groepen meestal niet. Onze vragen
aan haar getuigen van interesse in de orthodoxie en de Roemeense wereld.
Tenslotte wordt de dag afgesloten met het zingen van het lied “Geworteld
in de aarde”,
Dag 7, dinsdag 3 mei
Jentje Wind- Steenbergen, Gerard en Tita Zijlema-Hoogsteen
We verlaten Bistrita
en daarmee de Karpaten en gaan in westelijke richting via de E576. We rijden
door een zonovergoten landschap, liefelijke heuvels,
fris groen van kleur. De glooiende velden zijn bedekt met stroken dotterbloemen.
Hier en daar zie je wijngaarden, de uitbundige bloesem van fruitbomen, seringen
en kastanjes in volle bloei. Een prachtig gekleurde duif zit op een witte berk.
Het is hier voorjaar. We verlaten de E576. De weg wordt wat hobbelig, we hobbelen
mee op het ritme. Plotseling zien we in de verte op een heuveltop een wit kerkje,
stralend in de zon. Het is het 13de eeuwse Romaanse kerkje van Herina. De “Siebenburgische
Sachsen”, die nu in Duitsland wonen hebben het prachtig opgeknapt.
Deze van oorsprong Duitse Saksen mochten reeds voor de val van Ceaucescu het
land verlaten. De Duitse regering moest hier wel voor betalen! Hun huizen vervielen
aan de staat en werden veelal aan zigeuners ter beschikking gesteld. Na de
Wende in 1989 zijn de meeste nog in Roemenië woonachtige Saksen naar Duitsland
vertrokken. De huizen bleven hun eigendom en worden nu als vakantiehuizen gebruikt
of om van daaruit zaken te doen.
We komen door Tekendorf (Teaca); huizen zijn verlaten en soms vervallen. Veel
dorpen bieden hetzelfde beeld, het is een triest gezicht. Ook veel kerken zijn
bouwvallig en verlaten. Sommige zijn orthodox geworden. Enkele evangelische
gemeentes hebben stand weten te houden. Gepensioneerde Duitse dominees werken
hier mee aan gemeenteopbouw. Het probleem is, dat er te weinig “evangelischen” en
te weinig predikanten zijn.
Opeens wordt er
geroepen; “Een paardenmarkt”!
De bus stopt en allemaal erop af. Koeien en paarden, oude boerenkarren met
biggen erin, veel
boerenvrouwen met hoofddoekjes en mannen met hoedjes. We zijn terug in de tijd,
we proberen wat met ze te praten, maar dat lukt niet zo. Langzaam aan vertrekken
ze met hun paarden en karren, rijdend naar een dorpje in de verte.
We rijden door Reghin, een stadje met naast de kerk een monument in de vorm van een viool. Hier worden veel strijkinstrumenten gemaakt. Je ziet rokende mensen op straat. We passeren Gornesti, een “Kurort”. Statige oude villa’s herinneren aan voorbije tijden. Verder gaat het, schapen aan de oever van een rivier, boeren, die met een paard voor de ploeg de akkers bewerken. We bereiken Tirgu Mures, een drukke stad. Het is hier welvarender, de huizen zijn opgeknapt in vrolijke kleuren. Er is een mooi centrum met prachtige Jugendstilhuizen en een schitterend raadhuis.
Tegen
lunchtijd komt Sighisoara (Schassburg) in zicht. De Bergkerk torent hoog
uit boven
de stad. Cetatea,
de bovenstad van Sigishoara is de mooiste
en best bewaard gebleven middeleeuwse stad van Transsylvanië. De Saksen
maakten van deze op een rotsuitloper gelegen stad een welvarend handelscentrum,
beschermd door een stadsmuur met 16 torens van verschillende vorm, rond, vierkant
of zeshoekig. Er zijn nog 9 intact. Ze werden bekostigd door de gilden, die
vanuit hun torens de stad bij aanvallen moesten verdedigen. De belangrijkste
toren is de 64 meter hoge “Stundturm” (klokkentoren) uit de 13de
eeuw. De klok, die nog steeds werkt, heeft een speciaal uurwerk, waarbij op
elke dag van de week een ander beschilderd houten figuurtje tevoorschijn komt.
De toren heeft een dak dat met groen en geel geëmailleerde pannen is
bedekt
We bezoeken er het museum, beklimmen de toren en genieten vanaf het hoogste
balkon van een prachtig uitzicht op de stad. Het is heerlijk weer, circa 20
graden. Iedereen is blij om weer even lekker buiten te zijn.
Sighisoara is verder bekend vanwege het feit, dat Vlad Tepes hier is geboren,
de bloeddorstige held van het verzet tegen de Ottomanen. Zijn geboortehuis
is nu een trekpleister. Hij kreeg de bijnaam “Dracul” (draak of
duivel). De Ierse schrijver Bram Stoker werd door hem geïnspireerd tot
de schepping van de legendarische graaf Dracula.
Een deel van de groep gaat via een overdekte trap met 175 treden naar de Bergkerk.
Deze trap werd destijds overdekt om bij weer en wind (sneeuw) de kerk en de
aldaar gelegen Duitse school gemakkelijker te kunnen bereiken. Onze gids, Cristina
rent bijkans naar boven om op tijd te zijn, want na vieren kon je er niet meer
in. Het lukt en we krijgen zelfs nog een uitgebreide rondleiding inclusief
een bezoek aan de crypte. Het kerkhof is deels overwoekerd door onkruid, een
ideale setting voor Dracula! Het is gelukkig dag en we lopen welgemoed langs
de zerken naar beneden.
Jentje koos voor een wandeling langs de torens, met prachtig uitzicht op de
benedenstad. Ze raakte in gesprek met een 18 jarig meisje, dat op de Duitse
school zit. Ze vertelt, dat de Hongaren hier niet erg geliefd zijn. Ze pikken
de goede baantjes in. In 1990 waren er ook al onlusten tussen Hongaren en Roemenen.
Volgens haar wil de bevolking niet eens graag bij de Europese Unie behoren.
Het lukt niet om haar van de voordelen van een lidmaatschap, zoals het beschikbaar
komen van meer geld voor de verbetering van de wegen, te overtuigen.
Op het plein ontmoeten we elkaar weer. Het is er heerlijk zitten in de schaduw
van een grote boom. Er zijn allerlei stalletjes en nadat Theunis 2 vogelkooitjes
had gekocht, raakten deze erg in trek.
We gaan weer op weg voor de nog resterende 100 kilometer naar Sibiu. We passeren
Saksische dorpjes met hun Evangelische kerk. Voorbij Medias komen we door Copsa
Mica, waar nog een oude roetfabriek staat. Het roet, dat diende voor verwerking
in autobanden, maakte de huizen helemaal zwart. Na de Wende was de bevolking
tegen de sluiting van de fabriek vanwege de werkgelegenheid. De fabriek werd
toch gesloten, waarna de huizen zo goed mogelijk zijn schoongemaakt.
Verder gaat het. We zien verlaten boerderijen en ingestorte schuren. Het machinepark
staat er onaangeroerd bij. Ook wordt hop verbouwd, gekenmerkt door lange stokken
waarlangs de planten omhoog kunnen groeien. De natuur is prachtig, mooie groene
bergweiden en in de verte de Karpaten, hoog oprijzend aan de horizon met besneeuwde
bergtoppen.
Prachtig gelegen aan de voet van de bergen ligt daar tenslotte Sibiu, stad
voor twee overnachtingen.
Dag 8, woensdag 4 mei
Theunis Veenstra (ochtend), Mart en Trix Zuidmeer (middag en avond)
’s Morgens eerst een stadswandeling door Sibiu. In 2007 mag de stad
zich samen met Luxemburg ‘culturele hoofdstad van Europa’ noemen.
Het straatbeeld is daarom een vrolijke puinhoop van werkende ambachtslieden,
opgebroken pleinen en nieuw gestuukte gebouwen in pasteltinten. We bezoeken
er de Orthodoxe kerk, wandelen langs de imposante muren van deze stad, die
eeuwenlang een versterking was van de zg. Siebenburger Saksen. Dat was een
bevolkingsgroep die vanaf de 12e eeuw op vooruitgeschoven posten de grenzen
van het Duits-Hongaarse rijk moest bewaken. De stad heette toen nog Hermannstadt.
Overal zien we de zogenaamde ‘ogen van Sibiu’. Dat zijn dakkapellen
in de vorm van een oog die, waar je ook bent, je bespiedend aankijken.
In de Duitse evangelische kerk uit 1371 hebben we een afspraak met de Lutherse
gemeente. Mw. Klein en de gids Andrea vertellen dat na de val van de Berlijnse
muur, de oorspronkelijk Duitse bewoners van Hermannstadt het recht kregen om
naar Duitsland te vertrekken. Tienduizenden maakten daarvan gebruik en verhuisden
naar een land waar ze sinds de twaalfde eeuw (!!) niet meer hadden gewoond.
De kerkelijke gemeente ging terug van 8000 zielen naar 1400. Onze gids zat
toentertijd in een klas van 30 leerlingen, waarvan er drie overbleven. De organiste
laat het prachtige orgel (beschilderd door de Nederlander De Mosch) uit 1674
klinken en ook Berend Dekker laat zijn muzikale talenten los op het klavier.
Ondertussen is het koud in de kerk en we besluiten om de interessante uitleg
buiten te voltooien.
We gebruikten de lunch om 13.00 uur in het hotel in Sibiu. Daarna brachten
we een bezoek aan het museum Brukenthal, dat in de buurt van het hotel ligt,
zodat we te voet daar heen konden gaan. Dit museum heeft een mooie verzameling
schilderijen van nationale schilders, zoals Grigorescu, Petrascu, Dimitrescu
en anderen. Van Grigorescu hadden we al eerder zijn iconen gezien. Zijn ‘wereldse’ kunst
sprak ons echter meer aan.
Verder herbergde het museum enkele stijlkamers die de moeite van het bekijken
waard waren.
Vanaf 15.00 uur was de middag verder ter vrije besteding. Een ieder bleek dat
moeiteloos te kunnen invullen, winkelend of zittend op een terrasje.
Om 17.30 uur kwamen
we bij elkaar in een zaal van het hotel om daar op eigen wijze op deze 4e
mei,
de doden uit de Tweede Wereldoorlog te gedenken. Dicky
Verheij ontstak een kaars uit de Paasnacht voor haar broer, die in een Duits
concentratiekamp is overleden. Theunis Veenstra hield een korte overdenking
over het thema: “Vrijheid moet je delen”. Daarna namen we 2 minuten
stilte in acht. We besloten deze Dodenherdenking met het zingen van het lied: “Wie
moet zwijgen zal gaan spreken”, op de wijs uit Beethovens 9e Symphonie: “Alle
Menschen werden
Brüder”.
Met de bus gingen
we vervolgens naar het dorpje Sibiel. Tijdens de rit luisterden we naar de
CD van het Bachkoor
van de Evangelische Kirche, die we deze morgen
bezochten. In Sibiel bezochten we een museum waar iconen op glas geschilderd
te bewonderen waren. Een vorm van naïeve schilderkunst, die in het verleden
in de streek beoefend werd. Vervolgens werd de Dorpskerk bezichtigd en daarna
gebruikten we de maaltijd ‘bij de boer’. Zoals je in Nederland
kunt ‘kamperen bij de boer’, kan je in Roemenië ‘eten
bij de boer’. Een vorm van bijverdienste dus. Volgens Theunis kregen
we een maaltijd voorgeschoteld, zoals bij een Roemeense bruiloft op het platteland.
De 4 gangen, die werden opgediend door de boerin in Roemeense klederdracht
waren:
• Slivovitsj als welkomstdrankje, met brood, gehaktballetjes, Roemeense
schapenkaas en salade.
• Kippensoep.
• Varkensvlees, gehakt in koolrolletjes en Roemeense zuurkool.
•
Koek als dessert, gepresenteerd door de “Bürgemeisterin des Dorfes”,
zoals de boerin aankondigde. Dit bleek Greetje Bredenhoff in Roemeense klederdracht
te zijn. Een aardige promotie, maar nog geen gekozen burgemeester!
Theunis vertelde aan tafel een sterk verhaal uit zijn leven als pastor in
een Friese pastorie en nodigde vervolgens anderen uit met een sterk verhaal
te komen. Die kwamen! Het voert te ver om ze in dit verslag te vermelden, maar
de moeite van het onthouden waren ze zeker waard.
Na deze overvloedige maaltijd werden de boerin en oma (die voortreffelijk gekookt
had) hartelijk bedankt en reden we omstreeks 22.00 uur weer met de bus terug
naar het hotel in Sibiu.
Dag 9, donderdag 5 mei
Ans en Dick Visser
Na een overdadig ontbijt vertrokken we in goede stemming uit Sibiu richting
Boekarest.
De stad was nog in diepe rust gehuld, zodat Laurentio via de ruime voetgangerszone
weg kon. Enthousiast vertelde “onze” Cristina wat vandaag op het
programma stond, met als verrassing een bezoek aan Cozia.
Deze laatste etappe van de rondreis door de Zuid Karpaten voerde ons via de
Prahova Vallei door een ongekend mooi landschap. Natuurschoon en kleinschalige
gemengde boeren bedrijfjes vormen een absolute eenheid. Het land wordt door
vrouwen en mannen bewerkt, meestal nog met paarden of ossen voor de ploeg of
zaaimachine. Stalmest wordt nog met de hand over het land verdeeld. Vandaag
hebben we opnieuw ervaren dat de bevolking op het “platte” land
tevreden en dankbaar is te leven en werken in vrijheid. Deze ervaring voegt
iets toe aan de beleving van onze bevrijdingsdag, ver van huis.
De route loopt voor een groot deel langs de rivier de Olt. De rivier door het
gebergte is met stuwen in panden verdeeld. Bij de stuwen wordt het hoogteverschil
benut voor stroom-opwekking. Deze technische voorziening kan bijdragen aan
de verbetering van leef-omstandigheden. Ook de aanwezigheid van steenkool en
bruinkool in de Zuid Karpaten kan hieraan bijdragen.
In het hart van de Zuid Karpaten bezochten we, zoals door Kristina aangekondigd,
het klooster Cozia. De kloosterkerk is een van de oudsten in de Zuid Karpaten
met Byzantijnse invloed, gesticht door Micea. Het klooster aan de rivier de
Olt is in harmonie met de prachtige omgeving. Binnen de kloostermuren stonden
we stil bij de beroemde bronnen van Constantine. Gebruik werd gemaakt van de
mogelijkheid het geneeskrachtige water te proeven en voor een gift een wens
te doen. Buiten het klooster, aan de overzijde van de weg, is een kliniekje
voor verpleging van zieke Monniken.
In Calimanester, enkele kilometers van Cozia, genoten we napratend op een terras
van zwarte koffie. Er was geen melk. Een typerend detail voor een land waar
mensen pas 18 jaar vrij en zelfstandig ondernemen. Calimanester is een kuuroord
waar velen bij het geneeskrachtige water hun heil zoeken. Het kuuroord wordt
veel bezocht voor behandeling van longziekten. Opmerkelijk is de hoogbouw in
het prachtige landschap.
In de bus vertelt Mart Zuidmeer hoe de Zwaan als symbool van de Lutherse
kerk is ontstaan. Aanleiding was ons bezoek aan de Lutherse kerk in
Hermannstadt.
We verlieten de hoofdroute voor een bezoek aan Curtea de Argres. In de viertiende
eeuw was Curtea de Argres korte tijd hoofdstad van Wallachije.
Na de lunch in hotel Posada bezochten we de kloosterkerk en de Paleologen-hofkerk.
In de imposante kloosterkerk zijn koning Carol I, koningin Elisaveta en andere
koninklijke personen bijgezet. De eerste dag van de rondreis bezochten we
paleis Peles, waar Carol I woonde. Nazaat Michael was de laatste koning van
Roemenië.
Hij werd door de communisten verbannen en vond asiel in Zwitserland. Drie jaar
na de wende, met Pasen 1992, kreeg de toen 71 jarige ex –koning toestemming
zijn vaderland weer te bezoeken. Verwacht wordt dat hij t.z.t. ook in de hofkerk
wordt begraven.
De 12 monoliet zuilen, in de voorste ruimte van de kerk symboliseren de 12
apostelen. Uit angst voor lege ruimten werd iedere vierkante cm van de muren
en de zuilen beschilderd. Een overdaad aan fresco’s is aangevuld met
bloemmotieven, zgn. Arabesken.
Volgens een legende metselde de bouwmeester, Manole, zijn vrouw levend in
de muren van de kerk, als grootse offer voor het behoud van de kerk.
Na voltooiing van de kerk werd Manole naar het dak verbannen om te voorkomen
dat een duplicaat gebouwd zou worden. Het lukte hem niet met zelf gemaakte
vleugels de afdaling te overleven. Hij ligt begraven in zijn “eigen” kerk.
Ter voorbereiding op het Heiligenbrunen feest werden reeds vele broden gesneden.
Hieruit bleek dat net als met Pasen op veel kerkgangers wordt gerekend.
Op korte afstand van de Kloosterkerk bezochten we de Paleologen- hofkerk.
Deze oudste Orthodoxe kerk in Roemenië is gesticht door Basarab. De buitenmuren
bestaan uit veldkeien afgewisseld met lagen groot formaat bakstenen, zgn. speklagen.
Resten van kelders, in de directe omgeving van de kerk, doen herinneren aan
vorstenverblijven.
De binnenmuren zijn in de loop der eeuwen drie keer opnieuw gepleisterd en
beschilderd.
Fragmenten van muurschilderingen uit de 14 ,18 en 20 eeuw zijn zichtbaar
gemaakt. Helaas zijn de oude, in die tijd afgedane, schilderingen beschadigd
voor hechting
van de volgende laag. Het enthousiasme waarmee de plaatselijke gids ons door
de geschiedenis van de kerk leidde was zeer opmerkelijk. Voor de eveneens
enthousiaste Cristina was het ondoenlijk de uigebreide uitleg te vertalen.
Voor ons een
onvergetelijk moment waarbij de beleving het won van kijken en luisteren.
Vol van alle indrukken van kloosters, kerken, het leven in dorpen en natuurschoon
vervolgden we de reis van Curtea de Argres via Pitesti naar Boekarest.
De snelweg van Pitesti naar Boekarest gaf ons het gevoel ontwaakt te zijn
uit een voor ons lang vervlogen wereld. Een wereld waar mensen in alle eenvoud,
tevreden en gelukkig zijn. Waar gemotoriseerd verkeer het geleidelijk van
paard
en wagen wint. Waar bumper kleven een onbekend begrip is. Waar de dorpsgenoten
op bankjes buiten het erf napraten over de belevenissen van de dag. Zo van
vandaag hebben we drie bussen met toeristen gezien, wat zouden ze van ons
vinden.
De harde overgang naar de snelweg en uitgestrekte landerijen werd verzacht
door vertellingen van verhalen, gedichten en limerickjes.
Onze eerste indruk van Boekarest was dat de tegenstellingen tussen het “platteland” en
de stad onbeschrijfelijk groot zijn. Voor onze begrippen een bijna onoverbrugbare
kloof. Behendig en veilig bracht Laurentio ons naar hotel Central in het centrum
van de drukke en stoffige stad.
Dag 10, vrijdag 6 mei
Jannie Barelds, Sophie Tuin en Stijna Haveman
Na
de chauffeur en gids begroet te hebben (deze hebben de nacht thuis doorgebracht)
beginnen we aan de stadsrondrit. Wat opvalt is dat er veel groen is o.a veel
prachtig bloeiende kastanjebomen. De eerste indruk gisteravond was nogal grauw
en somber.We rijden langs een park dat door een Oostenrijker is aangelegd,
via een Universiteit, Operagebouw, George Enesco, gedenkteken van de 1e wereldoorlog,
het Koninklijk paleis van Ferdinand en Maria, nu als museum te bezichtigen,
en de Militaire academie. Bij het woonhuis van Ceaucescu was de enige geasfalteerde
straat waar niemand in mocht rijden.
We rijden langs een klein oud kerkje naar een nieuwe kerk welke voor Cristina,
onze gids, een bijzondere betekenis heeft. Ze is er 32 jaar geleden getrouwd.
Boekarest is een stad met veel prachtige gebouwen.
Als we aankomen bij het onvoltooide volkspaleis van Ceaucescu is dat zeer indrukwekkend
(270 m. lang, 240 m. breed, 84 m. hoog en 7000 kamers).
Het is zó groot dat het moeilijk op één foto kan. Daar
weet één van onze medereizigers wel een oplossing voor. “Je
neemt gewoon de helft van het gebouw en vertelt er dan bij dat de andere helft
net zo is” zegt hij.
Het wordt nu deels gebruikt als internationaal congrescentrum en deels als
parlementsgebouw. Het is een gebouw met een gruwelijke historie (mensen leden
honger terwijl er zo”n decadent lux paleis werd gebouwd) maar desalniettemin
prachtig om te zien. Ook tegenover het paleis werden huizen afgebroken voor
een nieuw te bouwen allee gelijk de Champs-Elysées in Parijs.Op het
plein voor het paleis wordt door een boekverkoper een groepsfoto gemaakt.
We bezoeken de patriarchale kerk waar het heilbrunnenfest wordt gevierd. Door
tijdgebrek kunnen wij de dienst buiten niet meemaken wat wel jammer is. Buiten
staan vaten met gewijd water klaar om uitgedeeld te worden aan de mensen.
Via o.a L”arc de Triomphe, een gedenkteken voor de soldaten uit de 1e
wereldoorlog, komen we aan op ons lunchadres.
De middag is ter vrije besteding. Sommigen houden siësta, anderen bezoeken
het winkelcentrum, bezichtigen nog weer eens een kerk of zitten op een bankje
in het park onder het genot van een drankje te genieten van de roeiers op het
water. Het is goed een middag ter vrije beschikking te hebben.
Onze laatste avond wordt afgesloten met een diner in Restaurant Terasa Doamnei
waar een Roemeense muziek en dansgroep optreed. Veel mannen worden ten dans
gevraagd en dat het niet zo gemakkelijk gaat is duidelijk te zien. Zoals gewoonlijk
is het eten weer geweldig en door de muziek en dans erg gezellig. Daarna gaan
wij naar ons hotel voor onze laatste nacht in Roemenië.
Dag 11, zaterdag 7 mei
Harm Tiemens en Zina Hessels
Na ons laatste ontbijt genuttigd te hebben, worden onze koffers in de bus geladen.
Op het programma voor deze dag staat een bezoek aan het openluchtmuseum, maar
vanwege de hevige regenval en onweer, wordt het programma gewijzigd.
Na koffie gedronken te hebben in het prachtige Hilton hotel (waar de prijzen
overigens wel westers zijn) stappen we in de bus om een bezoek te brengen aan
het voormalige paleis van Ceaucescu. Hier moesten we allemaal door een detectiepoortje.
Dit gigantische paleis heeft Nicolae Ceaucescu laten ontwerpen door 700 architecten,
waarbij een vrouw aan het hoofd stond.
Eens maakte de architect een opmerking: ‘Ik denk ....’ waarop Ceaucescu
zei: ‘Jij hoeft niet te denken, dat doe ik wel’. Er werd door 20.000
mensen 7 dagen en nachten, 5 jaar lang aangewerkt en was nog niet af in 1989,
men werkt er nu nog aan. Oppervlakte 365.000 m2 en 270 meter lang. In 1990
wilde men het vernietigen maar dat werd voorkomen. Nu wordt het gebruikt door
de regering, de Democratische en Humanistische partij en vinden er congressen
plaats in de gigantische zalen. Alle gebruikte materialen komen uit Roemenië,
kristal, wol, zijde, zeldzaam rose marmer uit Transilvania 8 kt. Bladgoud etc.
Hij liet vele dingen w.o. een wit marmeren trap, verschillende keren afbreken
voordat het naar zijn zin was. Overal hangen kristallen kroonluchters en lampen,
waarvan er één 5 ton weegt, hierin is 3.5 ton kristal
verwerkt.
In de zaal van de Mensenrechten staan 60 stoelen in een cirkel. De
stoel van Ceausescu is er niet, deze had van goud moeten worden en
onder de
landkaart van Roemenië geplaatst. Het ronde vloerkleed hier heeft
ook weer hetzelfde patroon als de lamp die erboven hangt. Wat een rondleiding
van 10 min.
had moeten zijn, liep uit tot 75 min.
In de bus aangekomen bedankte Theunis de chauffeur en de reisleidster Cristina
voor hun geweldige inzet, met daarbij voor ieder een envelop met inhoud.
Voor Cristina was er nog een boeket bloemen met de kleuren van de Nederlandse
vlag, welke door Greetje werden overhandigd. Ton Varkenvisser bedankte Theunis
voor zijn geweldige inzet, wat door een applaus van de groep werd bevestigd.
Onder het zingen van gezang 265 komen we bij de luchthaven van Boekarest aan.
Het inchecken en de controle van de paspoorten verliep snel, zodat we nog rustig
ons lunchpakket kunnen nuttigen.
Na een voorspoedige vlucht komen we rond 17.00 uur aan op Schiphol. Als laatste
stappen we in de trein naar Meppel waar we rond 20.00 uur aankomen en waar
we opgewacht worden door familie en of vrienden.
Na afscheid van elkaar te hebben genomen en nogmaals Theunis bedanken voor
deze prachtige reis gaat ieder zijn eigen weg.
Wij denken dat we namens de hele groep kunnen zeggen dat dit een prachtige
reis, met vele indrukken is geweest, welke ons nog lang zal bijblijven.
Bijlage:
Deelnemers (32):
Dhr. Dick Visser
Mw. Ans Visser - Achterbergh
Mw. Biena Ter Heide - Wage
Mw. Sophie Tuin
Mw. Gerda Dommerholt
Mw. Alie Kouwen
Mw. Zina Hessels - Stellink
Dhr. Harm Tiemens
Dhr. Durk van der Zee
Mw. Joop van der Zee - Mudde
Dhr. Henk de Gooijer
Mw. Paula de Gooijer - Adams
Mw. Dicky Verhey - de Boer
Mw. Thea Weide - van Hooft
Mw. Jannie Barelds
Mw. Stijna Haveman - van Zomeren
Dhr. Joos Wolters
Mw. Riet Wolters-Binnema
Dhr. Ton Varkevisser
Mw. Alie Varkevisser-Bakker
Dhr. Berend Dekker
Mw. Janneke Rowaan - Geertsema
Dhr. Gerard Zijlema
Mw. Tita Zijlema - Hoogsteen
Dhr. Mart Zuidmeer
Mw. Trix Zuidmeer-Leeuwestein
Dhr. Klaas Smit
Mw. Tineke Smit - Strijker
Dhr. Dick Swanborn
Mw. Greetje Bredenhoff – van Uffelen
Mw. Jentje Wind - Steenbergen
Dhr. Theunis Veenstra
Hotels:
- Hotel Sinaia, Sinaia
- Hotel Central,.Piatra Neamt
- Hotel Classic, Suceava
- Hotel Coroana de Aur, Bistrita
- Hotel Imparatul Romanilor, Sibiu
- Hotel Central, Boekarest