Pelgrimstocht
van de hervormde gemeentes Diever - Dwingeloo - Wapserveen - Havelte 
Op zaterdag 25 mei 2002 vertrokken we met 24 personen naar Veenwouden (A op de kaart), waar we begonnen aan onze voettocht van zo'n 16 kilometer naar Dokkum.
Het Kloosterpad verbond de kloosters Klaarkamp bij Rinsumageest en dat van Dokkum in het noorden met het Barraconvent van Burgum in het midden en het klooster van Smalle Ee bij Drachten in het zuiden, een route van ruim 40 km. Het is een middeleeuwse route die in het midden van de vijftiende eeuw verbeterd werd. Dat is bekend uit een oorkonde van 24 juli 1453 waarin kooplieden een veilige en goede reis werd gegarandeerd. Deze oorkonde is nog niet zo lang geleden ontdekt, reden om het kloosterpad tussen Drachten en Dokkum weer 'tot leven te wekken'.
Wij hebben gelopen vanaf de Schierstins in Veenwouden (A), tot aan Dokkum (E). waar ons eindpunt de Bonifatiusbron was.
De
Schierstins (A)
Nederland telt nog een aantal prachtige burchten, kastelen en landgoederen.
Maar hun voorlopers - in Friesland de stins - zijn bijna allemaal verdwenen
of ingekapseld door andere bouwwerken. Op enkele na dan, zoals de rond 1300
gebouwde Schierstins in Veenwouden.
Een stins is een woontoren van dikke bakstenen, waar voorname families een toevlucht
zochten in tijden van gevaar. De stenen toren viel duidelijk op tussen de eenvoudige
huizen van hout, leem, riet en plaggen. Het woord stins is een samentrekking
van 'steenhuis'.
Klooster
Het oudst bekende document over de Schierstins is een stuk vergeeld perkament
uit het jaar 1439. Daarin lezen we over het 'Schira Monnika huse'. Later gebruikt
men het woord Schierstins. De stins is vernoemd naar de monniken van het klooster
Claercamp bij Rinsumageest. Zij droegen schiere (=grijze) pijen. Onder leiding
van dit klooster hebben monniken en leken turf gestoken. Niet alleen in de wijde
omgeving van Veenwouden, want het begrip 'schiere monnik' zien we natuurlijk
ook nog terug in de naam Schiermonnikoog, een eiland waar de monniken zich bezig
hielden met dijkwerkzaamheden, ontginning, zielzorg etc.
Uitbreiding
In de tweede helft van de 16e eeuw moet de rooms-katholieke kerk wijken voor
de protestantse kerken. Het klooster vervalt en de toren komt in bezit van particulieren.
Zo hebben een jonkheer, een hoge officier en een oud-burgemeester van Leeuwarden
in het middeleeuws pand gewoond. In 1814 omvat het gebouw een aanbouw naast
de toren, een zomerhuis, paardenstalling, boomgaard en park. De Schierstins
is een waar landgoed geworden. Aan het eind van de 19e eeuw is de met klimop
overwoekerde toren zo bouwvallig, dat sloop de enige uitweg lijkt. Dankzij het
Fries Genootschap wordt het unieke bouwwerk in 1906 gerestaureerd. Tot omstreeks
1960 doet het gebouw dienst als postkantoor. Daarna krijgt de Schierstins een
publieke functie: eerst als museum met raads- en trouwzaal en later als cultureel
centrum voor kunst- en historische exposities, lezingen en symposia.
Wij hebben er
koffie gedronken, een film gekeken over de kloosters in NO- Friesland en zijn
nog door de tuin gegaan op zoek naar Stinseplanten, een benaming voor die plantensoorten
die vooral voorkwamen in de tuinen der 18e en 19e eeuwse notabelen, waaronder
Daslook (zie foto)
,
Aronskelk, Winterakoniet, Bosgeelster en Haarlems klokkenspel.
Toen werd het tijd om op pad te gaan. Eerst was er de stromende regen, wat ons
er niet van weerhield om de eerste stappen te zetten op de Goddeloze singel.
De
Goddeloze singel (B) is een schelpenpad, dat als meest oorspronkelijk deel van
het oude monnikenpad geldt. Het is omgeven door Sagen en Legenden die horen
bij een griezelig moerasgebied. Dwars door natuurgebied de Houtwiel, waar de
regen striemend uit de lucht kwam neerdalen, bereikten we de plaats Damwoude,
waar we plotseling op een merkwaardig monument stuitten: een bakstenen herinnering
aan de plek waar in 1861 de eerste mormonen in Nederland werden gedoopt. Midden
in de weilanden een plek die aan deze pelgrimsroute toch wel een speciale dimensie
gaf.
De benen werden vermoeid, dus we zetten koers naar Rinsumageest (C). In de kerk kregen we tekst en uitleg. Rinsumageest is de enige kerk in het Noorden met een crypte. Dat is een ruimte onder het hoofdaltaar, waar men als pelgrim zo dicht mogelijk bij de relieken kon komen. Relieken zijn overblijfselen van heiligen. Ze werden vaak meegenomen door de kruisvaarders uit het Heilige Land om hier vereerd te worden. Men handelde er als kerken onderling ook in. Dan werd een hand van een apostel in meerdere delen gesplitst, want zo'n reliek betekende een grote aantrekkingskracht op de kerk en dus extra inkomsten en roem. Een beetje goed reliek had ook een certificaat van echtheid, zodat men wist dat het gegarandeerd om bijvoorbeeld een vingerkootje van de apostel Johannes ging.
Rinsumageest had ook nog een Hagioscoop. Dat is een venster in de muur, waar de zieken door konden kijken om het altaar te aanschouwen. Zij mochten niet in de kerk komen, vanwege besmettingsgevaar, maar hadden het toch nodig voor hun het heil van Lichaam en Geest dat ze op deze manier iets van de mis konden meemaken.
In Rinsumageest, waar we aten en dronken, werd er ook een Pelgrimslied ingezet door Klaas Smit.
Pelgrimslied
Whither
pilgrims are you going
Going each with staf in hand
We are going on a journey
Going to a better land
Refrein:
We are going to receive us
Going to a better land
We are going to receive us
Going to a better land
Whither
pilgrims are you singing
Singing each with staf in hand
We are singing on our journey
Singing to a better land
Refr.
Whither
pilgrims are you talking
Talking each with staf in hand
We are talking on our journey
Talking to a better land
Refr.
Whither
pilgrims are you laughing, hoping, praying etc
Na het zingen zetten we koers naar het klooster Claerkamp. Dit is een verbastering van het Franse Clairvaux, waar de Cistercienzer monniken woonden. Mannen en vrouwen die soms in afzonderlijke kloosters, maar ook wel in dubbelkloosters zeer sober leefden, als arbeider op het land of studerend in het klooster. Midden in de weilanden bij Rinsumageest stond vanaf midden 12e eeuw een klooster dat plaats bood aan 400 tot 600 monniken. Die hielden zich bezig met het ontginnen van het land, de zielzorg, studie en meevechten in de legers van de kruisridders. Na de reformatie daalde de populariteit van dit klooster. De bakstenen van het gebouw werden gebruikt voor de bouw van talloze kerken in de omtrek. Er is dus niks meer van het klooster over, maar het materiaal is in goede handen overgegaan. 'Het maakt niks uit dat ik verdwijn, als ik maar tot nut zal zijn' staat er op een steen te lezen.
Vervolgens langs de Dokkumer Ee (D), in het spoor van de elfsteden-schaatsenrijders op naar Dokkum. We hebben de wind in de rug, dus in opperbeste stemming laten we ons naar Dokkum blazen. De zon straalt over het water, het leven van een pelgrim is zo gek nog niet. Overal lopen groepjes mensen geanimeerd met elkaar te praten. En dat is ook het doel van deze dag, namelijk dat we elkaar als leden van verschillende kerken in de omgeving eens wat beter leren kennen.
In
Dokkum (E) maken we nog net mee dat er een concert wordt gegeven in de Bonifatiuskapel.
Helaas houden ze op als we nog maar goed en wel zijn gaan zitten. Wij lopen
langs de Bonifatiusbron. Dit is een poel met water waaruit in de middeleeuwen
op miraculeuze wijze water ging borrelen. De plek was toen al heilig vanwege
Bonifatius, de apostel der Friezen die hier in 754 werd vermoord.
Sedert
lang is dit een bedevaartsoord.
Op
de foto ziet u een deel van de pelgrims die hier begin twintigste eeuw bijeen
kwamen. Vanuit geheel Friesland kwamen vanaf 1850 jongeren en ouderen hier naar
toe. Dat was een gezellig dagje uit, op weg naar een verheven doel. Onderweg
de Rozenkrans aan het stuur, met als hoogtepunt natuurlijk dat zo´n gebedsketting
in de spaken kwam en de kralen alle kanten van de berm oprolden. De jeugd had
dan mooi even pauze om daarna weer op pad te gaan naar Dokkum, waar de katholieken
uit de Noordelijke Nederlanden elkaar ontmoeten.
Pater Titus Brandsma heeft er veel aan gedaan om deze plek bekendheid te geven en is één van de initiatiefnemers geweest van de half overdekte kapel bij de bron. In het park is ook één van de staties aan hem gewijd. Prof. Dr. Titus Brandsma overleed in juli 1942 in het concentratiekamp Dachau. Daarvoor maakte de tekenaar John Dos in het kamp te Amersfoort nog een portret van deze moedige en diepgelovige pater.Titus Brandsma werd geboren in Bolsward en werd later hoogleraar in Nijmegen. Hij had een functie binnen de katholieke persorganisatie. Omdat hij weigerde oorlogspropaganda in de katholiekek kranten te zetten werd hij gevangengenomen. In de strafgevangenis te Scheveningen schreef in februaru 1942 het volgende gedicht.
Als
ik U aanschouw
0,
Jezus, als ik U aanschouw,
Dan leeft weer, dat ik van U hou
En dat ook Uw hart mij bemint,
Nog wel als Uw bijzondren vriend.
Al
vraagt mij dat meer lijdensmoed,
Och, alle lijden is mij goed,
Omdat ik daardoor U gelijk
En dit de weg is naar Uw Rijk.
Ik
ben gelukkig in mijn leed,
Omdat ik het geen leed meer weet,
Maar 't alleruitverkorenst lot,
Dat mij vereent met U, o God.
0,
laat mij hier maar stil alleen,
Het kil en koud zijn om mij heen,
En laat geen mensen bij mij toe:
't Alleen zijn word ik hier niet moe.
Want,
Gij, o Jezus, zijt bij mij,
Ik was U nimmer zo nabij.
Blijf bij mij, bij mij, Jezus zoet.
Uw bijzijn maakt mij alles goed.
Na het lezen van deze indrukwekkende woorden gingen wij op pad naar de bushalte voor de reis terug naar Veenwouden. Ons monnikenwerk, een dagmars wandelen werd in 10 minuten per bus ongedaan gemaakt. Zo sjeesden wij dus weer de moderne tijd binnen, na een dag lang gesprek, ontmoeting, natuur, cultuur, regen en zonneschijn met enkele hervormde kerken uit de gemeente Westerveld.
Ds. Theunis
Veenstra